bollen
en knollen...
...
ik heb er wel wat mee. Vooral met zomerbloeiende bollen
en knollen, zoals knolbegonia's, dahlia's, canna's en montbretia's.
En natuurlijk die bollen die de eerste voorjaarsgroet brengen
en die in de grond kunnen blijven zitten zoals de blauwe
druifjes, de narcissen en de krokussen.
De reden voor juist die soorten? Die
is voornamelijk praktisch: om het gemak.
Bij een aantal van de soorten hieronder heb ik een slideshow
gemaakt. Als je zin hebt om deze te bekijken dan kun je
het plaatje aanwijzen om hem te starten. Veel plezier alvast
en ik hoor graag wat je ervan gevonden hebt en of alles
goed werkt.
Tulpen
Voor
twee jaar terug was ik helemaal idolaat van tulpen.
Ik had massa's prachtige soorten in de tuin staan. Tulpen
echter geven veel werk: planten, oogsten, pellen, opslaan,
planten.... En dat in een tijd dat ik begon te sukkelen
met mijn gezondheid. Al die schitterende tulpen zijn toentertijd
op de composthoop verdwenen. Simpelweg omdat ik er toen
geen gat meer in zag ook die klus nog eens bij het vele
werk van de tuin te voegen.
Nu heb ik daar natuurlijk spijt van. Als ik het album open
en de plaatjes die ik ervan gemaakt heb voorbij zie gaan
moet ik altijd wel even slikken. Ach ja, het is niet anders...
De gezondheid echter gaat dank zij medicijnen wat beter
en ook de werkplanning van de tuin zou wel weer wat tulpen
toelaten, wie weet dus ga ik voor een bescheiden aantal
overstag. Je merkt het wel.
uitgebloeide
tulpen
Na de bloei de stengels tot aan de grond wegsnijden, zodat
alle de kracht naar de bol kan gaan. Het blad laten zitten
en laten verdorren tot het zonder moeite van de bol loslaat.
Dan is het moment om ze te rooien (met uitzondering van
de botanische soorten; die kunnen gewoon in de tuin blijven
zitten). Al naar gelang je mogelijkheden leg je ze in de
zon te drogen of op een dekzeil in een goed geventileerde
ruimte.
Als de bol aan de buitenzijde droog aanvoelt en de oude
bolresten gemakkelijk van de bol loslaten, is het tijd om
ze te pellen. Met pellen haal je de oude resten weg en scheidt
de bol van zijn nieuw gevormde bolletjes. Wat je overhoudt
is één grote nieuwe bol en een deel jonge bollen. Die grote
nieuwe bol sla je in netjes op en - zo deed ik het althans
- die hang je op in een goed geventileerde ruimte. Niet
vergeten een kaartje met de soort bij te voegen.
vermeerderen
De jonge bollen die je overhoudt kun
je, als je dat zou willen, vermeerderen door ze eveneens
in het najaar uit te planten en ze op die manier tot ontwikkeling
te laten komen. Ook die geven soms een bescheiden bloei,
maar meestal zul je alleen blad aantreffen. Blad dat je
op de gebruikelijke manier af laat sterven en dan zul je
zien dat ook hier een mooie nieuwe bol is gevormd.
Als de uitgebloeide narcissen, tulpen en hyacinten je een
doorn in het oog zijn, maar je ze toch wel graag een volgend
jaar wilt gebruiken, knijp dan tijdig de bloemknop af en
spit een geul ergens op de tuin achteraf waarin je de uitgebloeide
bloembollen af laat sterven. Bij meer soorten een duidelijke
scheiding aanbrengen en labels met de naam.
Meer weten over tulpen:
Growing Tulips
Narcissen
Narcissen zijn supergemakkelijk. Enige
werk dat je eraan hebt is planten en na verloop van tijd
als de groep te groot naar je zin wordt hem wat uitdunnen.
uitgebloeide narcissen
Zodra de bollen uitgebloeid zijn moet je de knoppen afknijpen.
Zo ga je zaadvorming tegen en kan alle kracht naar de bol
toe. Ik heb het idee dat wij met het aanbrengen van een
mulchlaag van verteerde paardenstalmest we de bol helpen
met opslag van nieuw voedsel voor het volgende voorjaar.
Ook is het belangrijk dat je het loof goed af laat sterven.
Zo goed dat als je aan het verdorde blad trekt, het vanzelf
loslaat.
Zit het nog te vast aan de bol, dan moet je nog even geduld
hebben. Als je de border goed beplant hebt is dat geen probleem,
want dan zal je blik gevangen worden door buurplanten die
dan tot ontwikkeling of bloei gaan komen.
Lelies
De
lelie is een ander verhaal. Heel gemakkelijk in onderhoud;
je plant ze en je hebt er geen omkijken meer naar. Enige
dat je bij sommige soorten moet doen is op een gegeven moment
de groep wat uitdunnen en met de bollen die je overhoudt
een (tuin)kennis blij maken.
Of uitwisselen met anderen leliegekken natuurlijk. Dat doe
ik ook geregeld. Heb je dus in mijn album 'lelies' een mooie
soort zien staan en heb je zelf wat leuks te ruilen... trek
gerust aan de bel.
planten
Planten doe je einde zomer (medio augustus/september). Bepaal
je plantvak en haal er ongeveer 20 cm grond uit. Spit het
plantvak door en zorg dat de grond goed los is.
Meng er wat compost en kalk door en hark of strijk het vak
glad. Zet vervolgens de bollen op het plantvak, zodanig
dat de groeipunt maximaal 3 cm onder de grond komt te liggen.
Bedek de bollen met de aarde en begiet het vak. Breng in
het aar van planten in de winter een dek van bijvoorbeeld
dennentakken o.i.d. aan.
Onderhoud
Waar
je bij lelies op bedacht moet zijn is een klein kevertje,
het leliehaantje.
Dat kevertje legt op de plant (meestal onder de bladeren
en bij de aanzet van de knoppen) een streng oranjekleurige
eitjes. Uit die streng ontwikkelen zich na verloop van tijd
larven die zich tegoed gaan doen aan jouw mooie lelie.
Moet je niet hebben dus. Ik los dat op door alert te zijn
op die oranje strengen en ze als ik ze zie weg te wrijven.
Ook heb ik in de loop der tijd wat
huis-tuin-en-keuken-middeltjes geprobeerd, zoals een azijn
met wateroplossing die ik op het internet had gevonden,
maar dat hielp bij mijn lelies niet. Wat wèl hielp was Pyrethrum
Spray van Bayer.
En
hoe je de bol verder behandelt is eigenlijk gelijk aan de
meeste bollen en knollen: bloemen weghalen om zaadvorming
tegen te gaan en in dit geval de stengels en bladeren aan
de bol laten zitten tot het helemaal verdord is en alle
voeding naar de bol is kunnen gaan.
vermeerderen
Ook dat gaat eenvoudig met leliebollen. Bij de bol namelijk
worden in de loop van het seizoen kleine bolletjes gevormd
die ieder voor zich weer een nieuwe lelie gaan vormen. Ook
kun je de 'schubben' van de bol in een pot met aarde steken
die dan vervolgen uit zullen lopen en dan tot slot zijn
er ook nog broedbolletjes die zich aan of bij de stengel
ontwikkelen (tijgerlelies). Die kun je eraf nemen en in
een pot met zaaiaarde planten. En natuurlijk kun je ook
de lelie zaad laten vormen. Dat gaat ten koste van de bol,
maar je hoeft er maar één ongemoeid te laten om van behoorlijk
wat zaad verzekerd te zijn. Zaaien is echter in dit geval
niet de meest verstandige manier van vermeerderen. Het duurt
behoorlijk lang eer er zich een goede, bloeiende bol heeft
gevormd. Maar als je zaait om de sport: tja wie houd je
dan tegen nietwaar...!
Alliums (sieruien)
Mooi voor het verticale effect in de
tuin. Lekker vroeg qua bloei en in alle stadia een plezier
om naar te kijken. Het begint met de bloei, daarna verkleurt
de bloembol naar groen door de onrijpe zaaddoosjes; daarna
naar geel en tot slot naar geelbruin. Dan gaan de zaaddoosjes
open en is dat weer een feestje om naar te kijken. Sieruien
doen het mooi in een boeket of bloemstukje en later in het
traject is het al droogbloem op alle mogelijke manieren
te verwerken.
En dan het zaaien niet te vergeten! Alliums zijn heel gemakkelijk
te zaaien en op te kweken.
uitgebloeide sieruien
(aliums)
Sieruien zijn gemakkelijke bollen. Enige dat je hoeft te
doen is de bladeren aan de plant te laten zitten en als
je echt voor een goede ontwikkeling van de bollen gaat de
bloeiwijze weghalen. Sieruien vermeerderen gemakkelijk.
Elk jaar zie ik rond de plantengroep wel weer jong alliumblad
verschijnen.
Jonge alliumpjes die waarschijnlijk het jaar erop zullen
gaan bloeien.
Crocosmia crocosmiiflora (montbretia)
Dit zijn de meest gemakkelijke bollen
die ik in de tuin heb staan. Zijn sterk en bloeien prachtig.
Ook vermeerderen ze zich heel snel, waardoor je binnen no-time
een mega-groep van deze prachtige bollen hebt staan. Is
het je teveel, dan graaf je ze gewoon op en geef je er een
stelletje weg. Wordt meestal in dank aangenomen.
uitgebloeide montbretia
Weinig onderhoud. In het eerste jaar
van planten is het handig om de bollen na de bloei en nadat
het blad goed afgestorven is uit de grond te halen. Ze zijn
dan nog wat kwetsbaar voor vorst. Woon je echter in een
streek met weinig strenge vorst, dan kun je ook volstaan
met de groep met dennentakken af te dekken.
Dahlia
Dahlia's...;
ik had er nooit zoveel mee. Veel te bewerkelijk; veel te
veel gedoe met opslaan, voortrekken en planten. Dacht ik.
De werkelijkheid is anders. Natuurlijk zit er meer werk
aan dan bijvoorbeeld de bollen hierboven, maar je hebt er
dan ook de hele zomer aanhoudende bloei van. Zeker als je
de uitgebloeide bloemen weghaalt. Verder valt de dahlia
gemakkelijk te manipuleren in groei. Vind je dat hij je
hoog genoeg geworden is, dan haal je gewoon de top eruit
en hij zal zich op die gewenste hoogte gaan vertakken. Enig
nadeel dat de dahlia heeft, is dat als je kiest voor de
hoge soorten, je ze zeker moet steunen en dat de stengels
wat kwetsbaar zijn bij harde wind of slagregen. Dat probleem
ondervang je natuurlijk als je goede steunen aanbrengt.
uitgebloeide
dahlia
Zoals gezegd vergen de knollen van de dahlia's wat onderhoud.
Waarmee ik bedoel te zeggen dat je ze niet gewoon in de
grond kunt laten zitten en ze vervolgens tot het volgende
jaar kunt vergeten. Je moet ze na de eerste vorst op 10-20
cm van de grond afknippen en ze vervolgens rooien.
Rooien is de grond rondom de plant insteken en vervolgens
diep met de spitvork de knol eruit wippen en de knollen
op zijn kop te drogen leggen. Waarom op zijn kop? Welnu
de stengelrest is hol en je moet zorgen dat daar geen vocht
in blijft staan.
Als ze goed droog zijn het zand eraf kloppen en ze opslaan.
Eventueel vermenigvuldigen. Elk deel moet tenminste één
oog (waar de plant op uit gaat lopen).
Dat opslaan doe ik in grote tempexbakken (of bananendozen,
dat kan ook) en ik zorg dat er tussen de knollen wat turfmolm
of zand zit om het uitdrogen van de knol tegen te gaan.
De lagen scheid ik (ik doe verschillende kleuren in één
doos) door er een krant tussen te leggen.
De bakken sla ik op bij ons in de garage waar het in de
winter tussen de 5-10°C is waar ze blijven staan tot het
volgende voorjaar om ze dan in de kweekkas voor te trekken
en na de vorst (bij ons tweede week van juni) uit te planten
in de tuin.
planten
Ik trek de dahlia's in onze kweekkas voor. Dat wil zeggen
dat ik ze al een beetje in goede omstandigheid aan de groei
breng tot ze ongeveer tot 15 cm loof hebben. Ik ben daar
niet te vroeg mee, want ik kan ze pas in de eerste week
van juni buiten planten (wij hebben vaak nog laat nachtvorst).
Eerst spit ik een gat en daarin breng ik wat compost aan.
Knol erin en gat dicht. Stok erbij met een label (tja ik
ben er nu eenmaal een van systematiek en mag ook graag straks
na de bloei weten met welke kleur en met welke soort ik
van doen heb. Met zo'n grote tuin als die van ons en met
zo'n grote hoeveelheid knollen, moet je wel een systeem
aanbrengen.
Canna (Indisch bloemriet)
Canna's zijn een heel ander verhaal
bij mij. Prachtige knollen en ik heb er in de loop der tijd
verscheidene soorten gehad, maar doordat ik er niet zoveel
aandacht aan kon geven zijn ze langzaamaan ter ziele gegaan.
Zonde hoor, want het waren beauty's. Vorig jaar (2007) echter
heb ik een groep oranjerode canna's geplant en daarmee is
het goed gegaan. Ik ben er nu inmiddels achter hoe dat komt.
Vocht. Canna's hebben volgens mij behoorlijk wat vocht nodig.
Dat was voorgaande jaren met vaak warme, zeg maar gerust
hete, zomers een probleem. Daarom hebben we vorig jaar ook
besloten een manier van beregening aan te leggen. Misschien
dat het nu beter zal gaan.
Mirabilis (nachtschone)
Deze knol heeft me voor een paar jaar
terug verrast. Spontaan opgekomen in de tuin en vrij snel
zag ik de plant uitgroeien tot een 60 cm hoog scherm met
een onuitputtelijke bloeikracht. In een prachtig hardroze.
Ik kende hem toen nog niet en benieuwd als ik ben naar de
vreemde kostgangers in mijn tuin (zie 'wie kent') kwam ik
op deze inmiddels voor mij waardevolle plant in de tuin.
De nachtschone. Je hebt hem in het wit, (zacht-) geel, (zacht-)
roze, magenta (hardroze), en in een mix daarvan (meerdere
kleuren in één bloem). En supergemakkelijk te zaaien en
super gemakkelijk zaden van te oogsten.
Wat je na een seizoen bloeien overhoudt is een grote zwarte
knol die in heel gematigde streken van ons land in de grond
kan blijven zitten. Woon je echter in een deel van Nederland
(of België) waar het pittig vriezen kan, dan zou ik ze -
net als ik doe - eruit halen en net als de dahlia's en knolbegonia's
opslaan. Het voorjaar erop kun je ze ongeveer in mei uitplanten.
Elk jaar heb ik er wel zaadjes van
geoogst en als jij hem ook in de tuin wilt, dan volgt hier
de zaaibeschrijving:
Zaaien:
Kiemtemperatuur 18-20°C. Januari-februari
in potten in kamerkasje; na ontkiemen koeler zetten bij
15-16°C of maart-april in potten in koude bak; uitplanten
na nachtvorstperiode. Bloei volgt circa 16 weken na ontkiemen.
Ter plekke zaai je vanaf april tot mei. Kiemtijd 7-14 dagen.
Eind mei naar buiten op 35-40 cm uitplanten. Knollen in
het najaar opgraven en in turf droog en vorstvrij bewaren.
In voorjaar na nachtvorstperiode weer uitplanten.
Iris germanica (baardiris - duitse iris)

De iris heeft vlezige wortels (rizomen)
waar hij na het bloeien zijn voedsel in opslaat voor het
volgende groeiseizoen. Ik heb verschillende van dit soort
irissen in de tuin staan
Een gemakkelijke plant. Eigenlijk is
het enige waar je rekening mee moet houden is dat je de
wortelstokken niet te diep in de grond plant en dat je zorgt
dat de grond goed doorlatend is. De plant kan zonder bescherming
overwinteren en ook vermeerderen gaat heel eenvoudig.
planten
Planten doe je bij voorkeur in september. Maak een plantgat
en maak de grond goed los. Meng er wat compost en eventueel
zand door. Hou daarbij in de gaten dat de grond goed doorlatend
moet blijven (zie boven). De wortelstokken met de groeipunt
naar boven gericht planten, zodanig dat zich een mooie cirkel
vormt. Plantafstand is 20-30 cm. Grond erover strooien;
zoveel dat de helft van de wortelstok bedekt is en de andere
(horizontale) helft boven de grond uitsteekt. Goed aanwateren.
vermeerderen
De wortelstok kan eenvoudig in stukken gesneden worden.
Elk deel waar wortels en een groeipunt aanzit kan een nieuwe
plant worden. Deze stukjes kunnen ook heel leuk over-en-weer
uitgewisseld worden tussen irisfanaten (als je zelf leuke
irissen hebt en die met me uit wil wisselen, trek gerust
aan de bel).
onderhoud en bemesten
Zoals gezegd heb je weinig werk aan
irissen. Hoogstens in het najaar het oude blad tot op 10
cm wegsnijden en er in het voorjaar wat compost en/of beendermeer
bij strooien om de groei te bevorderen.
Andere bollen en knollen van onze tuin, maar waar ik nog
even geen tijd voor heb om die van een tekstje te voor zien.
Wordt vervolgd dus.
Anemone nemorosa (bosanemoon)
Hyacinthus orientalis (hyacint)
Ranunculus
Iris hollandica (Hollandse Iris)
Iris siberica (Sibirische Lis)
Tigridia paconia (Tijgerbloem)
Alstroemeria (Incalelie)
Crocus
Iris pseudacorus (Gele Lis)
Knolbegonia
Fritillaria imperialis (Keizerskroon)
Galanthus (Sneeuwklokje)
Oxalis (Klaverzuring)
|